Lana

Banjer is helaas niet terug gekomen. En dus moesten we voor een opvolger/ster zorgen. De kans dat Joey z’n ogen sluit wordt steeds groter. Op dit moment is het een jonge god en kan hij de hele wereld aan. Maar hij mag het van ons best wat rustiger aan gaan doen.
Al toen we bij het asiel waren om naar Banjer te vragen, hadden we al besloten dat we er daar een weg zouden halen, een volgende keer. Dat een “volgende keer” zo snel zou zijn hadden we niet verwacht. We hadden nog steeds de hoop op de terugkeer van Banjer maar moesten het toch onder ogen zien.
De eerste twee weken gaan de honden in quarantaine en daarna komen ze in de hokken. Goed verzorgd en voldoende voer zagen we.
We wilden een waakhond, maar moest lief zijn, kortharig, licht, vrouwtje, niet te oud en beetje middelmaat. En bij de eerste “eis” gingen we al de mist in. Het was of een waakhond of lief zei de Duits sprekende dierenarts. Maar Banjer was…Nee geen Banjer. Niet vergelijken. En dus stelden we onze eis bij. Lief dus.
We werden door een meisje langs de hokken geleid. Deze was lief en deze licht en die middelmatig en die had alles en die…De keuze was moeilijk. Eigenlijk wilden we ze allemaal wel meenemen. Ze hadden allemaal de liefde nodig die we konden geven.
We kozen Karola. Een blonde verlegen herder/golden retreiver. Een geplukte kip. Want de haarplukken kwamen als bossen van haar lichaam. Haar naam hebben we gelijk veranderd. Naar Karola luisterde ze toch al niet. En dus werd het Lana. Van Svetlana (blond) en lana (wol).
Joey was op slag verliefd.
De lijn was even wennen. Maar ze wilde wel leren.
De eerste paar dagen hadden we het hek van de veranda dicht. Maar aangezien we behoorlijk wat houtblokken hadden voor de kachel liep ze op de derde dag over de houtblokken en met een beheerste sprong was ze over de veranda. Voor het hek bleef ze wachten tot ze weer naar binnen mocht. Dus die kon weer open blijven.
Ze luistert al goed naar d’r naam. Maar ze is nog steeds een beetje afstandelijk. We kennen haar verleden niet. Ze is niet bang of laat blijken dat ze geslagen is. Ze vindt het heerlijk dat je d’r knuffelt en is gek op koekjes en daar gaan we haar dus heerlijk mee verwennen. Waakhond zijn moet ze nog leren, maar ze heeft Joey die op haar past…

30 december 2009 | Reageren niet mogelijk

Hectisch weekje

Ik had het idee dat Nederland mij even meer nodig had als hier. Dus boekte ik een ticket naar Nederland. Vrijdag 18/12 vertrok ik. Bij controle op het vliegveld verdween m’n shampoo, douchespul en bodylotion in de afvalbak. Maar ik liet me nergens door uit het veld slaan. Ik had er zin in en niemand kon me dat afnemen. In Nederland kon ik wel weer nieuwe kopen. Eind januari zouden we toch nog een keer gaan dus liet ik alles wel achter. Almere in kerstsfeer leuk, gezellig. Het werden een paar leuke dagen met de kids. Dinsdag 22/12 zou ik terug gaan. Het begon met een negatief reisadvies. Ja dat kan dan wel zo zijn, maar ik moest echt reizen sorry hoor. Station Almere-Weesp overstappen Weesp-Hilversum overstappen Hilversum-Utrecht overstappen Utrecht-Den Bosch overstappen Den Bosch-Eindhoven en dan met de bus naar de lucht haven. Joepie!!! Ik heb het op tijd gehaald. Mij hoor je niet klagen want ik was om 10.25 op de luchthaven. Zo meteen koffie en relaxen maar eerst ff inchecken. Wachten voor de controle. Lange rij, druk. En dan…geen rij meer…Alle mensen lopen weg. Verdacht pakketje gevonden antwoordt de beveiligingsman. We werden naar buiten geloodst en moesten voor de hal staan. Mensen met koffers die nog niet ingecheckt hadden, mensen die ingecheckt waren, kleine kinderen, ouderen slecht ter been, bedienend personeel met alleen een truitje aan… En nog meer naar achteren moesten we. Verder van het gebouw. De koude wind speelde een spelletje want hij gierde om de grote gebouwen. Ik schuilde achter een auto. Maar weer moesten we lopen. Nu naar een hangar. Een grote stoet mensen. Een rare beklemmende, een beetje gelaten sfeer. Wat was er nou aan de hand, waar was dit nou voor nodig. Vloog het gebouw zo in de lucht? Een lange wandeling. Gekscherende opmerkingen als: ze houden ons zoet zo, rondje om de kerk en dan mogen we zo weer terug. We maakten er maar grapjes over maar waren ons bewust van de serieusheid waarom er gehandeld werd. De eerste hangar. Misschien wel lekker warm? Bijna…en toen ging de deur dicht. Ik stond er als laatste en was de eerste. Hangar vol. Wat nu? Er stonden nog wel een aantal honderden mensen. Op naar de 2de hangar. Als vee werden we naar binnen gedreven. Even schoot het journaalbeeld van de geiten door m’n hoofd. Nee, ik ben al… Ach laat ook maar. En dan wachten. Waarop? Waarvoor? Geen info niks. Voordeel van alleen is, je maakt gauw “vrienden”. En dus raakte ik in gesprek en doodde zo m’n tijd. Gezellig eigenlijk wel in zo’n situatie. Telefoon stond roodgloeiend en van “buiten” werd ik op de hoogte gebracht van de “binnen” situatie. Het stond al op Twitter met foto’s. Hé mam, jij staat er niet op hoor. En ja na een poosje werden we van de hoge kansel aan de kop van de hangar ook op de hoogte gehouden. Het was niet veel meer als, het verdachte pakketje en dat we ons geduld moesten bewaren. En koffie. Ja koffiekannen voor 20 bakkies die heel snel leeg waren. Maar toch, eindelijk koffie. Niet naar de wc geweest. 1 wc met een héééééle lange rij. Studenten brachten een paar emmers popcorn die voor de kinderen in bekertjes gedaan werd. En frisdrank. Een palet vol 30 cl. Flesjes die werden verdeeld in kleine plastic weggooiwijnglaasjes. Nog even geduld. En de hangar werd voller en voller met mensen die geboekt hadden voor vluchten van ’s middags. Een gejuich….we mochten weer terug denk ik… hoop ik…En de hele meute vetrok weer naar de vertrekhal. Maar wat nu? Controle dus maar…denk ik …Als eerste werden de passagiers voor drie vliegtuigen afgeroepen. En dus moesten we ruimte maken om ze door te laten. Het vliegtuig naar Polen werd al gecancelled. Het vliegtuig van ons was naar Duitsland uitgeweken. En de andere vliegtuigen waren naar het dichtstbijzijnde militaire vliegveld gegaan. Zoonlief belde en vroeg hoe het ging, Super zei ik. De eerste drie vliegtuigen gaan al. Nog eventjes… Ja, om te horen dat ook mijn vliegtuig gecancelled was. Nog geen minuut later. Ik was perplex en kon van woede, verdriet en teleurstelling even niks meer. Hebben we dat allemaal daarvoor moeten doorstaan? En nu? Ik draaide me om en stond wel heel snel heel dicht bij de infobalie. Van passagiers voor mij hoorde ik al dat de vlucht voor morgen vol was. Dat zou dus overmorgen, donderdag worden. Omboeken dus en zo snel mogelijk. Dat lukte en dan weer terug naar Almere. Surprise! En zo werd mijn bezoekje verlengd waar mijn kids uiteraard wel blij mee waren. Ikke iets minder maar dat is omdat je je er op voorbereidt.
Donderdag slechts 1 extra overstap bij Naarden-Bussum ivm een kabelbreuk. Ach…Het vliegtuig ging ipv 12.35 om 14.00 uur. En dat de piloot naar de verkeerde terminal ging dat heb ik hem ook vergeven. Want uiteindelijk ben ik wel goed thuis gekomen. Kerstavond. All you need is love. Ik voel het helemaal.

| Reageren niet mogelijk

Dag lieve Banjerboef

Je was me er eentje hoor. Als pup kon je al niet normaal eten. Het liefst at je het in 2 seconden op want anders at iemand anders het op dacht je waarschijnlijk. Je was er ook eentje uit een gezin van 10 en daar was jij de jongste van.
We noemden je een ADHD hond. Je blaakte van energie en wilde met iedereen wel spelen.
Maar je was ook lief voor iedereen. Voor de meisjeskatjes, voor de kleine kinderen die op de camping stonden, eigenlijk voor iedereen waar je maar je kop op je been mocht leggen. Het maakte jou niet uit.
Met Joey had je wel es wat aanvaringen. Je wilde toen je wat ouder werd je gezag laten zien maar dat werd door Joey niet altijd op prijs gesteld. Maar eigenlijk konden jullie ook niet zonder elkaar. Dat merkten we wel toen je niet meer binnen mocht slapen ’s nachts. Maar achteraf vond jij het eigenlijk wel fijner zo. Dan kon je uitgebreid blaffen tegen de herten die ’s nachts langs kwamen. Of aan de buurhonden laten merken dat jij er was.
Hele verhalen kon ik tegen je vertellen. Jij begreep het allemaal. Je week niet van m’n zijde als we het terrein gingen verkennen.Een echte mensenhond was je. Daarom geloofden we diep in ons hart ook niet dat je zolang weg bleef. Je wilde toch altijd wel even controleren of we er allemaal waren. Dat ging niet altijd even zachtzinnig en met name Vigo vond dat niet altijd even leuk maar ze liet het toe. Ja, je deed je naam wel eer aan.
Je was nog veel te jong en je had nog een heel vruchtbaar leven voor je. Heb je er nog wat mee gedaan?
Sommige noemden je geen Banjer maar Kanjer. En dat was je, mijn allerliefste Banjerboef!
We zullen je vreselijk missen.

2 december 2009 | Reageren niet mogelijk

Banjer, waar ben je?

Zaterdag 21 november. Waarschijnlijk ben je vannacht thuis gekomen. Want je ochtendbrokken gingen er goed. Je bent al een paar dagen onrustig. Fred heeft het er al over om je vast te zetten. Op Fred z’n fluitje reageer je niet en mijn geroep interesseert je al helemaal niet. Jij bent met hele andere dingen bezig. Ik geef je hormonen de schuld en gun je die vrijheid. Overdag kijk je in de verte en ben je soms uren weg. Joey eenzaam achterlatend. Zelfs voor het avondeten ben je gisteravond al weggegaan. Niks voor jou. Jij die alleen maar aan eten denkt. Vandaag heb je alweer geen rust in je kont. Je eten is nog niet eens in je maag verdwenen als je alweer weg rent. Je neus achterna, letterlijk. ’s Avonds bij het avondeten ben je nog niet thuis. Ze is vast erg mooi en lekker he knul.
Zondag. Geen Banjer. Vreemd. Maar ik weidt het aan je leeftijd. Die komt vast wel weer te voorschijn. We fluiten en roepen. Rijden met grote bochten om als we naar het dorp moeten of ergens anders naar toe.
Maandagmorgen. Ik lig nog in bed als ik schrik van een geluid. Het geluid komt bij Joey vandaan. Joey maakt een hartverscheurende snik die bijna uit z’n staart komt. Ik kan het niet plaatsen en wordt ongerust. Is mijn gevoel dan toch juist? Waar is Banjer dan vraag ik hem? Hij kijkt me aan en kijkt dan rond. Ik kan m’n draai niet vinden en kijk bijna elke minuut naar buiten. Loop met Joey een rondje en vraag ‘m steeds waar Banjer is. Hij huilt zachtjes en loopt in een rechte streep naar de bosjes aan de zijkant. Maar gaat dan uitgebreid plassen. Ook Joey is onrustig. Maar dat kan ook door ons komen denken we.
Dinsdagmorgen. Hetzelfde ritueel met Joey. Het huilende geluid is niet meer zo sterk maar is er nog wel. Ik doe m’n dingen op de automatische piloot. Ik wil gewoon niet het ergste denken. Als Fred thuis komt van het werk rijden we de omgeving af. Fluiten en roepen. Maar het wordt gauw donker. Half vijf zie je niets meer.
De woensdag gaat voorbij. Joey hoor ik niet meer. De spanning loopt op bij mij maar ik wil niets laten merken. Ik slaap slecht en let op elk geluidje. Hoor ik daar het slobberen in de bak water? Elke blaf van de buurhonden verwar ik met die van Banjer en loop steeds naar buiten of hij daar misschien gewoon aan komt lopen. Ook Fred heeft het er moeilijk mee maar heeft afleiding van z’n werk. Ik kijk op internet bij het dierenasiel. Donderdag krijg ik een idee. Als we es aan de buurjongen vragen of hij bij z’n vriendjes misschien kan informeren. Ik heb het er tussen de middag over met Fred en deze zal gelijk gaan vragen voordat hij weer terug naar z’n werk gaat. Als hij ’s middags terug komt merk ik dat er iets is. Hij heeft inderdaad geinformeerd bij de buurjongen en deze vroeg of Banjer allang weg was. Zo ja, dan waren er jagers, pief, paf poef. Einde Banjer. En dan had het geen zin om te informeren. Had hij geen zin of wist hij iets? Dat zeggen we nu achteraf. Wanneer Fred het verhaal aan z’n moeder vertelt beaamt deze het verhaal. Ik word helemaal pissig en heb het helemaal gehad met de Hongaren. De kortzichtigheid, de mentaliteit, alles! Maar Fred had het ook met de collegaas op het stadhuis erover gehad. En ook deze zagen het somber in.
Alle emoties die de afgelopen week opgespaard zijn komen eruit. Ik ben boos heel boos. Ik ben verdrietig heel erg en ook bij mij komen de snikken uit m’n tenen. Ik kan en wil het gewoon niet geloven. Dit heeft Banjer niet verdiend. Er zat geen spatje kwaad in. En hij leek toch echt niet op een hert of vos. Ik begrijp het niet. We hebben allebei weinig zin in eten.
Vrijdag besluiten we wat boerderijen af te gaan die wat verder weg liggen. Want waar is hij in die tijd geweest? Bij een boerderij met schapen horen we dat daar een teefje rond loopt. Bij de andere boerderijen zijn het allemaal reuen. Ze heeft ‘m niet gezien. Bij de volgende boerderij krijgen we te horen dat hij 3 dagen geleden nog gezien is in gezelschap van een andere hond met riem om. Dat wordt bij de volgende boerderij bevestigd. Zie je wel, echt niet doodgeschoten. Gewoon van het leven genoten. We wisselen telefoonnummers uit. Er ligt volop, merken we, eten rondom de boerderijen. Nee voor het eten hoefde hij dus niet naar huis. Het doet me wel pijn. We roepen en fluiten. We hebben weer hoop. Als het donker wordt gaan we weer naar huis. Zaterdag is het alweer een week geleden. We informeren nu es bij de boerderij pal achter ons. Maar ook daar krijgen we al snel te horen dat er jagers bezig geweest zijn. De buurman is zelf illegaal jager. Ja dat weten we. Wist hij iets? Zondag gaat voorbij en we besluiten maandag naar het asiel in Kecskemét te gaan. Fred vraagt het adres aan één van z’n collegaas. Ze leven allemaal mee. In het dierenasiel zitten 200! honden in hokken. Wat lijkt mijn verdriet dan klein. Ik vind het moeilijk om ernaar te kijken. Ongelofelijk. Ze adviseren ons om naar Tiszakécske te rijden. In Tiszakécske zit de wegenreiniging en onderhoud. Als we in de auto zitten ziet hij dat de burgemeester heeft gebeld. Een van z’n collegaas heeft bezoek gehad van een boerin van één van de boerderijen waar we langs zijn geweest. We rijden ernaar toe. En ja. Banjer is nog geen 2 uur geleden gezien. We roepen en fluiten en rijden naar huis in de hoop dat hij daar is. We krijgen weer hoop…
Dinsdag rijden we toch maar naar Tiszakécske. Nee niets. We rijden nog es naar de boerderij die Banjer voor het laatst zou hebben gezien. Ja ze wist het zeker. Onze buurmeisjes liepen met hem mee. Eigenlijk geloven we het verhaal van de buurvrouw niet en we gaan es bij onze buren informeren. Dat hondje, ja dat was het hondje van de buren. Kleiner en wat gevlekter. Met een beetje fantasie… Ook deze buren zeggen dat het dan toch een jager geweest moest zijn. Ze biedt haar excuses aan. Voor wat? Maar het is lief bedoeld. Zo slecht zijn die Hongaren niet. We besluiten om er een punt achter te zetten. We zoeken niet meer. We kijken onbewust toch wel rond maar niet meer intensief. Het is een speld in een hooiberg. Waar zou hij liggen. En waren die laatste uren dan toch wel leuk geweest. Zo met zo’n lekker teefje. We hopen het echt en misschien, je weet het nooit, loopt er over een poosje wel ergens in de buurt een klein Banjertje rond. Dan heb je het goed gedaan knul!

| Reageren niet mogelijk