Voor je inschrijving bij een site
Voor een bezoek aan een site.
Voor de verlenging van een abonnement.
Via internet wordt je overal voor bedankt.
Het lijkt wel of er in de virtuele wereld andere normen en waarden zijn.
Het is een woord wat zo makkelijk uit te spreken is. Maar waarom hebben we er in de gewone wereld dan zo’n moeite mee?
Het lijkt me toch een kleine moeite om bedankt te zeggen tegen iemand. Als je toevallig de boter aangeeft, de post die bestemd was voor de buren even afgeeft. Een gebaar in de vorm van een vriendelijke glimlach als je iemand voorlaat in het verkeer.
Die virtuele wereld kijkt niet naar ras of geloof. Klakkeloos onzichtbaar bedankt!
Misschien ligt het aan de betekenis van het woord.
Je hebt veel mogelijkheden om er zelf een draai aan te geven. Bijvoorbeeld als je zegt: sorry daar bedank ik voor. Daar doe ik liever niet aan mee.
Of je abonnement opzeggen: ik wil voor de krant bedanken. Nou, nee liever geen Telegraaf meer in m’n brievenbus.
Of je wordt bedankt voor je diensten. Zeg maar gewoon: je bent ontslagen. En dan maar hopen dat ze je salaris nog wel goed uitbetalen.
En deze: Nou, je wordt bedankt. Zit ik mooi met een kip terwijl ik geen ren heb. Zo’n lekkere cynische die uit je tenen komt.
En dan zeggen ze dat Hongaars een lastig taaltje is. Een taal die ik tegen wil en dank moet leren.
Het weinige dat ik dan weet, dank ik aan mijn onwetendheid. Maar goed dat heb ik dan wel aan mezelf te danken.
Soms moet je er maar niet veel over nadenken. Maar je eerste spontane gedachte in uitvoer brengen. Het is aan jou om dat om te zetten in het woord bedankt, maar een ander mag ook.
Wie kan het mooier zeggen dan Hans Christian Andersen. Dankbaarheid is het geheugen van het hart.
Of ga je liever voor: we zullen het er maar op houden dat je van een ‘dankjewel’ geen bontjas kan kopen.
Groetjes van Lana
Vrouwtje vroeg of ik ook wat wilde schrijven. Ik ben daar niet goed in maar ik zal het proberen.
Een behoorlijk aantal slaapjes en nachten geleden kwam mijn vrouwtje met iets thuis. Ik rook een vage lucht toen ze de auto uitstapte. Hond! Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig dus ik wilde daar het fijne van weten. Maar “het” was zo brutaal dat het naar mij toe kwam. Hond, dat had ik goed. Maar wel heel klein vandaar dat de lucht ook niet sterk was.
Vrouwtje. Net als ik. Nou ja, ik ben niet helemaal meer…Maar toch.
Ik krabbelde me es achter m’n oor. Dat doe ik wel vaker als ik iets niet begrijp.
Het is een kleintje. Zo’n babyhondje zeg maar. Ik ken dat wel. Brutaal dat ze zijn. Doen precies wat ze zelf willen. Nee, ik ben daar niet kapot van.
Die eerste dag ging het nog wel. Vrouwtje was steeds in de buurt. Alleen toen ze aan m’n neus wilde happen vond ik dat toch te ver gaan. Dus dat heb ik haar gelijk maar afgeleerd.
Gelukkig is ze niet te vaak buiten dus kan ik rustig slapen onder de tafel op mijn eigen kleed.
Dat plast en poept nog waar het wil. Zelfs onder “mijn” veranda. Nog geen meter van mijn kleed af. Dat vind ik dus echt smerig. Maar vrouwtje rent zich helemaal gek om dat tegen te gaan. Dat vind ik dan wel aardig van d’r.
Ach, en verder hangt Loekie, zo heet ze begreep ik, in m’n haren en bijt in m’n oren en m’n staart. Die tandjes zijn wel scherp maar dat vind ik niet zo erg.
Ze moet wel van m’n eten afblijven en samen drinken uit de waterbak vind ik best wel gezellig.
Alleen jammer dat ik niet lekker kan doorlopen als we gaan wandelen. Dat moet dan ook mee, maar dat gaat zo langzaamaan. Maar dan tilt vrouwtje de kleine op en kunnen we lekker doorstappen.
Al met al. Tja, wel gezellig maar de tijd zal het leren. Ik blijf op m’n hoede.
Een weekje Loekie
Waar begin je aan? Op je 54e nog een kind nemen?
Dat hebben we ons de laatste week vaak afgevraagd.
De 1e nacht bleef ze piepen. Wat een geluid kwam eruit dat kleine strotje. Natuurlijk, ze mistte haar broertjes, zusjes en mama.
Ik kreeg een flashback van heel vroeger. Het gekke was dat ik dat me toch niet zo kon herinneren van Banjer. Die hebben we toch ook als pup gehad. Maar dat soort dingen wil je waarschijnlijk zo snel mogelijk vergeten.
We waren gebroken ’s morgens. De volgende nacht werd het al iets minder. Maar het duurde toch wel even voordat ze in slaap viel. En dan om 4 uur ’s nachts er weer uit. Koud, slaapwandelend naar buiten.
Van de week belde er iemand op om te vragen hoe of het met ons ging. Ja goed, zeg ik. Ze heeft vannacht tot 6 uur geslapen. Een stilte aan de andere kant van de lijn. Een aarzelend, ZE???? Ja, Loekie, ze heeft vannacht lekker geslapen en ja wij ook natuurlijk vervolgde ik enthousiast. Loekie???? Klonk het weer. Onze pup, weet je wel waar ik over vertelde. O, ja……. Die moeten we maar even met rust laten hoor ik haar denken. Zijn natuurlijk al een poosje uit de kleine kinderen.
Je moet ons zien als ze een plasje of zelfs een minuscuul kleine (grote) boodschap heeft gedaan. Dan heeft zelfs Fred het met zijn basstem nog in zich om de hoogte in te gaan.
We passen onze bezigheden op haar aan. Als ze slaapt doe ik dingen waar ik haar niet bij wil hebben. Ik moet het wel voorzichtig doen. Want als ze nog niet diep genoeg slaapt en de buitendeur hoort is ze wakker.
Ze heeft haar gekke buien. ’s Avonds tegen etenstijd rent ze door het huis en hapt in alles wat ze tegenkomt. Het liefst m’n broek en oeps… sorry, m’n kuiten. Dat levert een boze stem op maar dat deert haar niet.
En dan ineens, is ze moe, wil ze op je schoot en valt in een diepe slaap.
Dan kunnen wij eindelijk rustig eten.
Halve sokken
Zonde vind ik dat altijd. Ik heb sokken waar het enkelstuk gewoon goed van is maar de sok zelf is een grote gatenkaas. Meestal gooi ik ze weg. De enige oplossing. Maar ik zou zo graag nog es iets met het enkelstukje willen doen. Ik kan alleen niet verzinnen wat. Het enige waar ik op kan komen is een haarbandje voor om een paardenstaart.
Wie heeft er nog leuke suggesties?
Ondertussen ben ik op zoek naar sokkenwol. Leuk werk vind ik dat altijd. Sokken breien. Je voelt zo’n sok gewoon geboren worden onder je handen. Eerst het enkelstukje en dan de hiel en de tenen…Je hebt er twee nodig. Helaas vermenigvuldigen ze zichzelf niet. Dus zullen er altijd mensenhanden nodig zijn. Nadeel is wel dat ze altijd wat dikker zijn als die fabriekssokken. En er zijn van die saaie kleuren in de wol. Nog even doorzoeken misschien.
Weet je? Dat er in de 8e eeuw voor Christus de oude Grieken sokken droegen uit gematteerd dierlijk haar voor de warmte. De Romeinen verpakten hun voeten met leer of geweven stoffen. In de 5e na Christus werden de sokken voornamelijk gedragen door heilige mensen in Europa om de zuiverheid te symboliseren. Rond het jaar 1000 na Christus werden de sokken een symbool van rijkdom onder de adel. Door de uitvinding van de breimachine in 1589 werden de sokken 6 maal sneller gebreid als die met de hand.
In 1938 werd de sok voor het eerst van nylon gemaakt. Voor die tijd werden ze gemaakt van zijde, katoen en wol.
Wat zouden zij met de restjes gedaan hebben. Waarschijnlijk weer een nieuw stukje aangebreid. Gaat alleen lastig bij zo’n machinaal gebreide sok.
Dus eigenlijk ga ik behoorlijk terug in de tijd met m’n eigenhandige gebreide sokken.
Herinnert u zich deze nog? Nog, nog, nog…
Straks wel even bijpassend muziekje erbij opzetten.
Ik ga voor Vivaldi’s Vier Seizoenen. Gepubliceerd in 1725.
Dan luister ik toch naar een recente hit uit die tijd.
De winter staat nog niet voor de deur maar het sfeertje zit er al goed in.
Ongesteld
Waar maak ik me druk om denk ik wel es. Maar het irriteert me gewoon.
Het loopt tegen de december maand en dan wordt iedereen middels de tv weer aangesproken op de goede gave voor de arme, vooral zielige kinderen. Dat spreekt mensen aan. Kinderen. Maar dan vooral ouderen. Daar wordt trouwens al helemaal weinig aandacht aan gegeven. Want dat is niet een doelgroep waar je aan geeft.
En doen ze het niet rechtstreeks? Dan toch via je wc papier. Hoe verzinnen ze het?
De reclame is al een poos aan de gang maar in deze maanden zie je hem vaker. Want het is wel reclame (wie wordt hier beter van?) en een klein beetje aan het goede doel de Oxfam NOVIB. Allemaal een eigen wc voor de kindertjes in Soedan, omdat de meisjes ongesteld zijn en anders niet naar school gaan. Tjonge, hoe is het mogelijk? Is dat nieuw?
Is het niet zo dat de meisjes in die landen in die week heerlijk apart worden genomen. Ze mogen geen eten maken als alleen voor zichzelf. Soms is het zelfs zo dat ze gewoon apart slapen en leven met alle ongestelde vrouwen bij elkaar. Dat lijkt me nu echt ideaal. Had ik dat vroeger maar. Allemaal lekker zielig zijn,
Is het dan niet zo dat ze in die week een heleboel leren van de andere, oudere, vrouwen? Wat ook nodig is in hun verdere leven.
Maar nee, wij vinden dat de meisjes ook die ene week naar school moeten. Eigenlijk zouden “wij” Nederlanders de hele wereld eruit willen laten zien als Nederland. Dat zou pas ideaal zijn!
Alle bomen eruit, flink wat hoge flatgebouwen maar vooral veel wegen. Heerlijk één groot racecircuit en geen files.
Heeft dit niet allemaal te maken met respect voor de andere cultuur? Ik bespeur een vorm van betutteling. Maar daar zijn we goed in.
Als ik wat wil geven dan doe ik dat heus wel. Maar dan op een manier die ik wil en naar een organisatie die ik wil.
Ondertussen koop ik m’n eigen goedkopere, maar net zo goede wc papier.
Verkocht!
Gister waren we naar de markt in Kecskemét geweest. Wat een leuke markt is dat toch. Lange tijd niet geweest.
Heel veel oude meuk. Potten, pannen, voor de helft complete serviezen. Zo’n antiek strijkijzer die je nog op de kachel moet zetten. Een hele oude radio. Grasmaaiers, computers, te veel om op te noemen.
Gezellig druk. Het was ook prachtig weer. Zonnetje, niet te koud.
We hebben er niet speciaal naar gezocht. Maar er waren dus ook weer hondjes. Zelfs een rashond, type heel veel haar. Deze moest Huf. 25.000,00 kosten. “Het” was wel prachtig. Althans de haren. We konden er geen voor- of achterkant aan ontdekken.
En dan natuurlijk de grote waakhonden. Nu nog lieve kleine schattige puppies.
En in een kleine doos drie poeperige ukkepukkies wit/bruine puppies. Het zou een kortharige foxterriër z.g. boerenfox moeten worden.
Daar was ik al naar op zoek. Ik wist wat voor ras het was en ook de kenmerken spraken me erg aan. Vrolijk, speels, alert en waaks precies de eigenschappen die ik zocht. Ze vroeg Huf. 3.000,00 per stuk ervoor. Dat vonden we te veel. Jammer. Dus de rest van de markt gedaan.
Toch nieuwsgierig geworden. Het liep al tegen twaalven zijn we weer terug gegaan.
Ze was inmiddels gezakt naar de Huf. 1.000,00 per stuk. Ja, de kleintjes gingen over naar de brokjes en dat gaat wat kosten zei ze.
Voor die prijs hebben we er nog es goed over nagedacht.
En zo ging Loekie mee naar huis.
Vannacht geen oog dicht gedaan. Wat kan dat kleine ding toch een lawaai maken. Kwartiertje slapen en ze had weer energie voor een uur om te piepen, janken, blaffen en wat er allemaal uit dat keeltje kwam.
Om vier uur nog even een plasje gedaan met ‘r. En om half zeven vond ik het wel mooi. Lana en Loekie mee naar buiten. Ze huppelt er prachtig achter aan. Lana vind dat allemaal maar veels te langzaam gaan. Dus af en toe optillen.
Vanmiddag naar de dierenarts voor de prikken.
We hebben er weer een kindje bij.
Samen lachen, samen huilen…
Zo’n zinnetje die af en toe door m’n hoofd spookt. Vooral de laatste weken zie ik het niet meer zitten.
Het geld, hoe moet dat volgend jaar?
Het werk, er moeten nog zoveel dingen gedaan worden voor de winter invalt.
De eenzaamheid, de verveling, tegen wie kan ik hierover praten? En begrijpen ze mij?
We hebben het samen gedaan. Samen voorbereid. Maar soms valt het zwaar. Het gevoel dat alle last alleen op mijn schouders drukt.
Ik heb wel es vaker stappen in m’n leven ondernomen waarvan ik van te voren de gevolgen niet kende. Toch heb ik ze wel genomen. Sommige zijn goed uitgevallen en sommige heb ik aan den lijve moeten ondervinden. Die zijn in mijn rugzak gegaan.
Mijn rugzak van het leven. Momenteel is hij goed gevuld en zwaar met het emigreren naar Hongarije. Vooral die aanverwante kleine spulletjes maken hem soms niet te dragen. Die bekijk ik vaker. Leg het tegen het licht en stop het weer terug nadat ik er wat vanaf gehaald heb.
De taal zit er nog steeds in. Ik wil die taal eigen maken. Dat geeft mij meer mogelijkheden om contact te maken. Maar tegen wie zou ik nou Hongaars moeten praten? M’n buurman op de trekker?
De dagen dat ik hier alleen ben zijn lang, zeker in de wintermaanden.
Ik tel de uren af wanneer Fred weer thuis komt. Ik reageer m’n frustraties op hem af. Dat heeft hij niet verdiend. Hij kan er ook niks aan doen.
We lossen het samen op. Dat lukt de ene keer beter als de andere.
We discussiëren wat af. Te veel zeg ik wel es want er ligt nog zoveel werk.
We lachen samen en we genieten van de kleine dingen. De vallende sterren. Waarvan Fred er al 4 gezien heeft.
We huilen samen, hele dekbedden vol.
Ik zou niet weten met wie ik deze uitdaging anders had willen aangaan. We zijn er voor elkaar.
Tja, maar dan moet hij niet vergeten de bril omhoog te doen, zelf zijn vuile sokken in de was doen, niet met werkschoenen vol met modder het huis inlopen…
De laatste markt
We zijn toch maar gegaan afgelopen zondag. Lajosmizse is altijd wel gezellig. Ontzettend druk net als de markt van de week ervoor in Nagykörös.
Wat een kleding! Heel Hongarije moet aan de winterkleding. Goedkoop zeker en redelijk modern. Tenminste ik weet eigenlijk niet eens wat modern is. M’n gasten komen nou niet echt in hun modernste en hipste spullen kamperen. Meestal de traditionele campingoutfit. Makkelijk zitten, donker en als het even kan pas wassen als we weer thuis zijn. Uitzonderingen daargelaten.
Er zijn er die in het kraakhelder wit komen. Stinkend jaloers ben ik daar op. Ik red dat hooguit een uurtje en dan heeft Lana wel een afdruk van haar pootje erop gezet of alles wordt besprenkeld onder de modderspatten.
Meestal gaan we meer om mensen en dieren te kijken en Fred vind de Langos altijd erg lekker op de markt. Langos is echt traditioneel eten. Beetje te vergelijken met de papatatkramen in Nederland. Vaak kom je ze langs de weg ook tegen. Een kruising tussen een oliebol en een pannenkoek. Dik belegd met kaas of kwark. Beetje extra kaas voor Fred. Lekker en warm.
Het gekrijs van de vele varkens was al goed te horen. Ze zouden goedkoop zijn. Vetmesten en dan met een paar maanden slachten. Wel schattig die kleine roze snuitjes. Tja, waar moet je die nou weer laten?
Doorlopen dus. Prachtige witte kippen met van die sokjes en helemaal keurig gekamd, althans zo lijkt het. Volgens mij leggen ze wanneer ze zin hebben. Dus puur voor de sier.
Eigenlijk moet ik nu heel hard doorlopen. Hondjes, een heleboel. Van die hele kleine lieve schattige pluizen bolletjes. En allemaal knus bij elkaar in een doos met hun broertjes en zusjes. We zagen ze al lopen de mensen die zo’n klein wriemeltje hadden gekocht. Dik verstopt in hun jas, het kleine koppie er nog net boven uit.
Bijna was ik verkocht. Een helemaal wit kruimeltje met zwarte oortjes. Echt zo eentje die je zo in je jaszak kan stoppen. Bijna… Ik heb me ingehouden. Zou niks voor Fred zijn. Hondje??? Oeps, plat…
En helaas… geen kokoskoekjes.
Gemarmerde tulband
Benodigdheden:
200 gr. boter
200 gr. suiker
200 gr. bloem
4 eieren
1 zakje vanillesuiker
1 tl. Bakpoeder
Zout
2 el. Suiker
2 el. Cacao
Tulbandvorm
Beboter de tulbandvorm. Warm de oven voor op 160 gr. Mix de boter, 200 gr. suiker en vanillesuiker in een bak met warm water romig.
Voeg dan één voor één de eieren toe. Mix 5 minuten op volle snelheid alles door elkaar tot een luchtig licht deeg.
Zeef de bloem en het bakpoeder en voeg deze met het pietsie zout in gedeeltes toe aan het beslag. Roer niet te veel meer.
Verdeel het beslag in tweeën. Zeef de cacao en roer deze met de 2 el. suiker door elkaar. Doe deze in de ene helft van het beslag.
Vul de tulbandvorm beginnend met het chocolade deeg en eindigend met het naturel deeg.
Zet de vorm in het midden van de oven. Bak de tulband op 160 gr. in ongeveer 50 minuten gaar. Even testen met een prikker. Als hij er droog uitkomt, is het goed.
Daarna omkeren op een rooster en af laten koelen. (Of niet, warm ook erg lekker!)
Paar druppeltjes walnotenlikeur of een andere likeur erop sprenkelen. Slagroom erop spuiten.
Jammie!
Do, ré, mi…
De regen tikt gestaag. Het is bewolkt weer en binnen heb ik al wat lichten aangedaan. Het is pas 11.00 uur ’s morgens.
De kachel vul ik met wat extra hout. Het is lekker warm.
Ik pak de bakjes voor de noten. 2 lege, 1 voor de doppen en 1 voor de gekraakte noten. De zak voor het afval ligt onder mijn stoel. De hamer binnen handbereik en de notenkraker voor de restjes er naast.
De eerste kilo noten heb ik gister al gekraakt. Een hele dag werk met tussenpozen om Lana uit te laten en te eten. Waarschijnlijk haal je daar een halve liter schone olie uit. Dat is iedere keer weer een vraag die we krijgen. Ik zal er deze keer es extra opletten.
Op de achtergrond speelt zachtjes een Hongaarse radiozender. Petofi Radio. Een beetje 3 FM.
Om de stilte op te vullen. Anders ga ik teveel nadenken. Mijn gedachtes gaan dan met me op de loop en ik heb de neiging om halverwege te stoppen en de dingen te doen die ik bedacht heb. Dus meer als beveiliging voor mezelf staat de radio aan. Normaal gesproken nooit.
Vanochtend heb ik een gemarmerde tulband gemaakt. De lucht verspreid zich al in het huis. Wat hebben we het toch gezellig.
De werkelijkheid ligt een beetje anders. Ik weet dat ik straks Lana uit moet laten. Ik ben gistermiddag al twee keer onderuit gegaan. De weg van ons is door de regen een blubberpartij geworden. Ik zie daar tegen op.
Het hout raakt op en Fred moet vanmiddag ondanks de regen toch hout gaan zagen/hakken.
Als ik ’s avonds stop met notenkraken heb ik het idee dat ik m’n rug ook gekraakt heb. Ik weet dat ik nog minimaal 10 kilo te gaan heb. Maal het aantal dagen…
Maar goed m’n tulband is toch wat geworden. Wel niet zo hoog als wat ik ervan had verwacht maar toch. Ik had het recept gevonden in een heel oud boekje van Oetker. Raar trouwens, die nieuwe uitspraak van ze. “Utker” i.p.v. Oetker. Schijnt internationaal beter te liggen.
Het is tijd voor Lana. Nog even aan mijn tulband snuffelen. Mmm lekker.
Jas aan, brokjes mee…