Cursussen

Het is één en al cursussen. Van ‘s morgens vroeg tot klokslag 5 uur. Gelukkig wel met pauzes ‘s morgens en ‘s middags van een kwartiertje en tussen de middag vaak wel een uur.
De Hongaarse nieuwe collega’s gaan dan vaak warm eten. Genoeg restaurantjes in de buurt. De Chinees. Voor Huf. 600,00 heb je er een bakje nasi met ananas en kip in een rode saus. Genoeg voor één persoon. De shoarmatent. Waar ze shoarma van kip verkopen. op dezelfde manier afgesneden als de shoarma in Nederland. En dan de kleine restaurantjes waar ze voornamelijk Hongaars eten verkopen. Er schijnt ook een worstenmannetje te zitten maar daar ben ik nog niet achter.
Het is jammer dat de Engelse taal niet altijd wordt gesproken in het bedrijf. Zoals in de lessen waarin behalve ik nog een Nederlandse zit die wel vloeiend Hongaars spreekt, drie andere Hongaren waarvan er één Nederlands spreekt en de andere twee behalve Hongaars ook nog Frans spreken. Er wordt dan al snel op het Hongaars overgestapt in de pauzes. Of tijdens de lessen is het makkelijker om de vraag in het Hongaars te stellen. Ik begrijp het wel. In je eigen taal is het makkelijker converseren. En aangezien ze alleen voor mij de Engelse taal moeten gebruiken…
De ene leraar is er wat strenger in dan de andere. Maar ik voel me vaak buiten gesloten. Ook mijn Engels is niet altijd super en ook ik zou een vraag dan graag in mijn moedertaal, het Nederlands willen stellen.
Maar zo probeer ik dus m’n Hongaars op te halen en zo en passant ook m’n Frans. Want ook daar ik me wel een beetje mee redden. Maar vloeiend? Nee, dan blijf ik toch bij het Nederlands.
M’n collega’s hebben ondertussen hun keuzes gemaakt bij de shoarmatent. De bakjes met eten in de draagzakjes gaan we op weg naar één van de keukens in het bedrijf.
Ik hou het bij m’n bammetjes met Hongaarse, alles went, kaas.
En vaak zo rond de klok van 4 hebben mijn Hongaarse collega’s een flinke dip. Als ik zo naar rechts kijk zie ik er eentje bijna in slaap vallen. Toegegeven deze leraar spreekt niet echt boeiend en ja door de beemer is het wel erg warm aan het worden. Maar ik denk dat het warme eten hier de boosdoener is. Ik begin nu pas wakker te worden. Maar ja, ik ben ook geen ochtendmens.

7 mei 2011 | Reageren niet mogelijk

Weer naar huis

Het was weer een heftige week. Alle indrukken die ik moest verwerken eisen z’n tol. Ik ben bekaf. Een collega rijdt met me mee in de tram naar het station. Ze kijkt me meelevend aan en wenst me een fijn weekend.
Ik loop wezenloos mee met de menigte het station binnen.
Het is niet druk bij het loket. Vorige week met Pasen stonden ze tot aan het einde van het gebouw.
Er lopen twee mannen met oranje vestjes tickets (?) te verkopen. Daar moet ik nog even achter komen de volgende keer.
Ik bestel m’n kaartje. Ze begrijpt de plaatsnaam niet. Ik moet minder afrekenen als normaal en lees nog een keer de plaatsnaam die ik heb opgegeven. Hoe kom ik daar nou bij? Mijn twijfels steken de kop op en in paniek bel ik Fred. Klopt dit wel? Eerst zegt hij van ja en dan valt bij hem ook het kwartje. Ik ruil bij de balie het kaartje om. Ik moet iets bijbetalen en rond het bedrag af. De dame achter het loket wil het verschil aan me terugbetalen. Maar ik weiger dat. Ze schudt lachend haar hoofd. Gekke buitenlander!
Ik ben ruim op tijd en met een diepe zucht plof ik in de 2de klas coupé. Het is warm. M’n gezelschap zijn 2 studentes die verdiept zijn in puzzelboekjes. Het derde meisje eet nog snel een bakje chinees eten leeg. Het lege bakje verdwijnt in het zakje en wordt boven haar hoofd opgehangen aan het haakje wat bestemd is voor een jas. De rode saus zie ik langzaam naar beneden zakken in het zakje. Gebiologeerd kijk ik of er een gaatje in zit. Maar helaas…of gelukkig niet.
Het meisje doet haar oordopjes in en we mogen meegenieten van een dreunende muziek. Zelf wiebelt ze op de muziek mee.
Als de trein bijna weg wil rijden komt er nog een keurige, klassieke, zakelijke dame in ons gezelschap. Ze gaat tussen het meisje en één van de studentes zitten. Ze pakt een boek uit haar tas en wil gaan lezen. Ik kijk haar meewarig aan als ze een blik op het meisje naast haar werpt. Als haar en mijn blikken elkaar kruisen moeten we een beetje lachen.
Ik probeer mijn gedachtes naar huis te brengen.
Nog een uurtje.

| Reageren niet mogelijk

M’n buren

Op een middag kom ik m’n buurman tegen bij het verlaten van de lift.
Ik had hem al gehoord. Het was een man. Dat hoorde ik aan de manier van niezen. Meestal als hij naar bed gaat. Misschien allergisch? En vaak neemt hij nog een bad voor het slapen gaan.
Het blijkt een midden dertiger te zijn. Hij probeert zijn sportfiets naar binnen te manouvreren. Ik had z’n fiets al zien staan op het balkon. Zijn Engels is minimaal.
Verder kom ik nog wel es wat oudere dames tegen. Vaak in peignoir op pantoffels om de brievenbus leeg te halen.
Ook schijnen er kinderen te wonen maar waaarschijnlijk op een andere etage. Het gaat tot 8 hoog. En wat hondjes.
Iedere morgen hoor ik ook wat werklui boven aan het timmeren en boren. Of dat op het dak is of dat er een etage verbouwd wordt. Ik heb geen idee en het interesseert me weinig. Ik heb er qua geluid geen last van in m’n appartement.
Het is wel een veilig appartement. Je gaat erin met een code en je kunt pas weg na het intoetsen van een code. Maar je kunt met evenveel gemak meelopen met iemand die toevallig naar binnen gaat.
Ik heb 3 mogelijkheden om het appartement af te sluiten. Het lijkt wel een bunker. Maar dat komt omdat er een dokter ingezeten heeft in verband met zijn apparatuur, volgens de verhuurder. Raar verhaal.
Van de week was er behoorlijk wat herrie aan de andere kant van m’n appartement. Misschien dat daar overdag wat leven is? ‘s Avonds is er in ieder geval niets te horen. En laat dat maar lekker zo blijven.
Mijn buurman heeft z’n rolluiken net naar beneden gedaan. Is laat thuis gekomen. Deze keer slaat hij het bad over en gaat alleen plassen.
Ik ga ook plassen, op mijn eigen wc, en zoek m’n bad op.

| Reageren niet mogelijk

De 1e nacht en dag

Het appartement is niet groot. 32 m2 is niet veel maar genoeg. Eén kamer, een mini keuken , een badkamer, met bad dat wel en een balkonnetje. Op de 4de etage met uitzicht over de straat.
Als Fred weg is ruim ik de kleding in de kasten.
Ik sta midden in de kamer en bedenk me dat ik hier dus moet wonen, leven, mezelf vermaken…
Het is leeg en vol in m’n hoofd. Ik kan me niets bedenken hoe ik dit moet invullen. Ik heb geen idee.
Fred belt dat hij thuis is. Ik leg de kleding klaar die ik morgen aan wil doen. En besluit een douche te nemen. De douchekop hangt niet aan een haak dus ik moet hem vast houden. Maar ook de boiler blijkt na een paar minuten leeg te zijn. Daar sta ik dan met m’n lijf nog ingezeept. Met behulp van een litermaat en water uit de waterkoker spoel ik me profisorisch af.
Het is lawaaig buiten. Thuis hoor ik niets als behalve misschien een hond die bij de buren blaft of onze haan die ‘s nachts in een gekke bui nog wel es wil kraaien. Hier raast de tram door de straat. De sirenes van de ambulance gevolgd door een politieauto waarschuwen dat ze er aan komen. De paar auto’s die op straat rijden maken dat ze weg komen.
Wanneer zal het rustig worden?
Ik probeer te slapen maar het lukt me nauwelijks.
Al slaap je niet, je rust toch uit zei m’n moeder altijd en daar hou ik me maar aan vast.
Om 5 uur is het verkeer op sterkte. Ik voel de tram voorbij gaan. Ik gebruik het lampje van m’n telefoon om naar de wc te gaan. Toch wat anders voor verzinnen. De rolluiken sluiten het licht goed uit maar het geluid word er niet minder om.
Ik ben een half uur te vroeg op het werk. De afstand huis/werk toch verkeerd ingeschat.
M’n toekomstige nieuwe collega’s druppelen ook binnen.
Het is Engels wat de klok slaat. Een introductie, nog een introductie en nog eentje tussendoor, verkeerd gepland, sorry, that’s the company. Pauze bijna een uur later.
M’n hoofd is een grote wattenbol als ik naar m’n appartement loop.
Ik probeer alles op een rijtje te krijgen maar het lukt me niet.
Ik pak m’n kropje sla uit de koelkast en deze blijkt stijf bevroren evenals m’n tomaten en m’n wortelen. Ik moet er in m’n eentje om lachen.
Als ik een eitje van m’n eigen chickies bij de aardappels in het water laat glijden voel ik me even zielig en alleen.
Kom op meid, pep ik mezelf op, je kan het, even doorbijten.

| Reageren niet mogelijk

Het is zo

Ik trek alle kastjes open. Wat kan ik daar gebruiken?
Wat hebben we toch veel dubbel. Hoe komen we toch aan al die spullen?
Via internet heb ik een appartementje gevonden.
Op een zondag hebben we de reis gemaakt. De tweede reis voor een bezichtiging. De eerste liep uit op een fiasco. De eigenaar had mijn telefoonnummer niet en kon me dus niet afbellen dat het appartement al verhuurd was. Daar stonden we dan midden in Boedapest. We zijn weer terug gegaan en ik ben verder gaan zoeken.
Bij verschillenden voor de zekerheid m’n telefoonnummer achter gelaten. En zo zijn we op een zondag op dit appartementje uitgekomen.
Ik stop alles in verhuisdozen. Wel zo handig bedenk ik me. Dat geeft ook weer ruimte op zolder en in de kasten.
Het is een vreemd gevoel. Ik krijg de kriebels in m’n buik. Fred achter te moeten laten en de beesten. Ik heb het 4 jaar vaak in m’n eentje gedaan. Ik had zo mijn eigen ritme, mijn eigen regeltjes en vrijheid. Opstaan wanneer ik wilde en doen en laten wanneer en wat ik wilde.
Ik zal het missen. De bloemen, de vogels en de wisselingen van het weer. Het is hier allemaal veel intenser.
Even stop ik en loop naar buiten. Ik adem diep de frisse lucht en ruik de geuren van buiten. Dan ga ik weer naar binnen.
Soms moet je keuzes maken en die zijn niet altijd even leuk. Maar de tijd zal het leren of het een goede was. Het zal allicht weer een ervaring rijker zijn voor ons allebei. We zijn het avontuur samen aan gegaan. Dus we slaan ons er wel doorheen.
Ik stop nog gauw een paar knuffels als opvulling tussen de kopjes en borden. Weer een doos vol.
Die zondag rijden we naar Boedapest.
De zon schijnt. Boedapest heet ons welkom.

| Reageren niet mogelijk

Het begin

In januari via e mail gereageerd. Ik hoor niets meer. Dan krijg ik een telefoontje van het uitzendburo. Wil ik nog en kun je langs komen? Ik maak een afspraak en trek m’n beste kloffie aan.  
In Boedapest aangekomen met de trein vraag ik welke tram ik moet hebben. Ja, de 4 of de de 6, maakt niets uit. Ze wijzen me waar ik op moet stappen. Als ik aan het plattegrondje thuis denk ik moet ik voor mijn gevoel naar rechts met de tram. Maar ik stap toch in de tram die de andere kant uitgaat.
Het kleine kaartje wat ik heb gekocht probeer ik in de automaat te duwen maar er gebeurt niks. Dan maar niet, denk ik. 
Volgens het plattegrondje zou ik met 2 haltes de brug over zijn. Maar na 5 haltes ben ik nog steeds de Donau niet over.
Ik kijk op het routebord in de tram en wacht welke halte ik hoor in de luidspreker die door de tram schalt. Toch de verkeerde kant. Ik stap uit en loop naar de andere kant. Er komt al een andere tram aan. Ze rijden vlot achter elkaar. 
Ik passeer weer het station en na 2 haltes vanaf het station passeer ik inderdaad de Margitbrug over de Donau.                                  
M’n telefoon gaat. Het uitzendburo vraagt waar ik blijf.
Een half uur later dan de afspraak ren ik naar binnen. Koffie! Denk ik.         
Het is een modern gebouw en ik word in keurig Engels verwelkomt door een leuke vlotte meid.
Waarschijnlijk zie ik er erg dorstig uit want ze bieden me een glaasje water aan.                     
De duizendmaal excuses komen wel over. Onbekend met het verkeer in Boedapest kunnen ze wel begrijpen. 
Ze is tevreden zegt ze en ik word voorgedragen aan het bedrijf. 
Het gesprek zou een uur duren maar met 20 minuten sta ik alweer buiten. Een treinreis van een uur terug voor de boeg laat ik Boedapest achter me. 
Het zal mij benieuwen.

| Reageren niet mogelijk