Het is druk geweest vandaag. Als ik bij de chinees m’n bak met rijst met kip, ananas en rode saus heb gehaald begint er een vervelende koppijn naar boven te komen. Ik wijt het aan het werk. We dachten dat het rustiger zou worden. Maar blijkbaar stelt iedereen zijn vakantie uit in verband met het slechte weer in Nederland.
Ik nestel me op m’n bed met m’n voeten op een stoel. De auto’s en de voorbij razende tram beletten me om in slaap te vallen.
M’n hoofdpijn wordt steeds erger. Als ik naar buiten kijk zie ik de reden.
Een dik pak donkere wolken schuiven met grote snelheid als een pak vette watten zigzaggend in elkaar boven de andere kant van de Donau.
De luchtdruk is het waardoor ik steeds hoofdpijn heb. Dat is me nu wel duidelijk.
Krijgen we weer zo’n noodweer als van de week? De temperatuur is al gezakt van 35 naar 21 graden. In het vrije veld is het mooi. De wolken die lijken op bloemkolen en steeds maar veranderen van vorm. De wind die aanwakkert en je waarschuwt voor het noodweer. En dan de lichtflitsen die hun weg zoeken naar beneden in de meest grillige vormen. En ten slotte het geweld van de donder. Tellen is niet nodig. Je ziet het als het dichtbij is en je neemt je maatregelen.
In de stad is het anders.
Het waait. Maar dat doet het altijd wel omdat ik dicht bij de Donau zit. De wolken zijn bijna niet te zien tussen de gebouwen. Lichtflitsen zijn er maar hun vormen zijn niet waarneembaar. De donder komt wel hard aan. Het weerkaatst nog extra tussen de huizen. Een vorige keer sloeg de bliksem in en door het geluid van de daaropvolgende donder gingen er een aantal autoalarmen af. Die maakten nog het meeste lawaai.
Maar van de week was het erg. De hele avond en ook de volgende dag heeft het behoorlijk gespookt. Vooral de wind heeft flink huis gehouden zegt Fred. Veel bomen afgeknapt. Ik ben benieuwd. Ik zie het morgen wel.
Hier hoef ik geen maatregelen te nemen. Zelfs de stekker van het internet kan er gewoon inblijven.
Even een vraagje
Waar zitten jullie nou eigenlijk?
Ik krijg deze vraag zeker wel iedere dag.
Boedapest! Nee, dat is niet in Tsjechië.
En dan worden er vaak 3 vragen achterelkaar op me afgevuurd.
Woon je daar?
Ben je er naar toe verhuisd voor het bedrijf?
Wat is het weer?
Ja, ik woon daar.
En nee, ik ben er niet speciaal voor verhuisd.
En dan die eeuwige vraag over het weer. O, zo warm???? Nee, het is hier echt heel nat.
En hoever is dat nou? Ga je elke dag op en neer? Nee, dat vragen ze dan nog net niet. Want ergens in het achterhoofd weten ze heus wel, als ze goed hebben opgelet bij aardrijkskunde, dat het erg ver is.
We zitten midden in het vakantieseizoen. Sommige gaan en treffen zo hun voorbereidingen of ze vragen ons om mee te helpen bij de voorbereidingen en moeten wij iets voor ze doen.
En in alle kortdurende stiltes die er daarna vallen heb ik m’n riedeltje al klaar.
Ik nodig iedereen uit om langs te komen. Zodat ze met eigen ogen kunnen zien hoe mooi Boedapest is en vooral zo schoon. En wat een prachtige ongerepte natuur we hier hebben. En wat een vriendelijke mensen. Over geld kan ik het vaak niet meer hebben want vaak is het gesprek al over gegaan op iets anders.
Misschien hebben ze er iets van opgestoken. Misschien gaat de volgende vakantie niet naar Spanje of het nog steeds traditionele Frankrijk. Ja, daar gaan we al jaren naar toe.
Het wordt soms met een zekere schaamte verteld. Durven ze niet of is het toch nog steeds het onbekende.
Ach, meer kan ik niet doen. En uiteraard wens ik ze een fijne vakantie.
Wel grappig bedenk ik me, als de telefoon wordt neergelegd. Ik werk in een land waar m’n Nederlandse collega’s vakantie komen vieren. En dan besef ik wat een geluksvogel ik eigenlijk ben. Ik mag doordeweeks werken in een modern gebouw met leuke collega’s en in het weekend ga ik naar mijn vakantieadres en geniet van alle moois. De rust, de natuur en de ruimte.
In Hongarije!
In het grote tussenhok
Vrijdagavond als ik de kamer binnenstap ruik ik het al. Kip! Maar niet gebraden of in de soep maar gewoon kip, levende kip. Ons piepkuiken is een echte kip aan het worden.
Ze steekt het kleine kopje al bijna boven de plastic bak uit. En als het even kan schoffelt ze door de bak heen. Het liefst tikt ze met het kleine snaveltje tegen de zijkanten aan als ze niet genoeg aandacht krijgt.
Het wordt tijd voor de grote stap. Naar het grote tussenhok.
In ons kippenhok hebben we een afscheiding gemaakt zodat we een klein extra binnenhokje hebben. Aan de bovenkant afgeschermd met gaas en hoog genoeg als ze, zoals ze nu af en toe al doet, haar eerste vliegles wil hebben. Op de grond wat stro en lekker veel ruimte.
Hier blijft ze dan tot ze 3 maanden is en dan gaat ze naar de mama kippen en papa haan.
Het is buiten rond de 35 gr. Dus de lamp heeft ze niet meer nodig.
Zaterdagmorgen staat de verhuizing gepland. De bak met kip, het voer, een extra waterbak en in optocht loopt Loesje achter ons aan. Interessant, daar moet ik bij zijn als dat vrij komt, denkt ze waarschijnlijk. Ik stuur haar weg. En Fred laat kippetje vrij in het hok.
Ze kijkt ons van onderen aan met haar kleine zwarte kraaloogjes. Mag ik niet meer bij jullie binnen? Ik vond het best gezellig zo op tafel. Met jullie meepiepen en over de rand gluren.
Het is maar een kip denk ik, maar toch…
Het duurt maar even en dan gaat ze de ruimte verkennen. Dat zit wel goed denk ik. Beetje water, wat voer en wegwezen.
Als we ’s middags terug komen van boodschappen is m’n eerste gang naar het kippenhok.
Ze ligt in een kuiltje in het zand. Misschien zelf gemaakt? Ik ben trots op ons kleine kuikenkind. Zo helemaal in d’r uppie.
Als ze de andere kippen hoort gaat het kopje even opzij. Zie ik dat goed? Geeft ze me nou een knipoog?