Hongaarse kleding is een beetje saai. Je moet niet te veel opvallen. Veel donkere kleding. Pas de laatste jaren is het wat kleurrijker geworden. En dat komt vooral door de intrede van de alternatieve kleding winkels.
Ook ik moet er toch een beetje fatsoenlijk bijlopen. Dus af en toe moet er geshopt worden. Nou heb ik geen Europees salaris maar het zijn wel Europese prijskaartjes die aan de kleding zitten.
Een spijkerbroek bij de C&A, ok, maar ja dan is er geen geld meer over voor wat anders die maand. Dus gaan we naar de alternatieven. Zoals daar zijn de markt, de Kinai en de Angol Aruhaz. Kinai is Hongaars voor Chinees. Hier haal je geen chinees eten maar koop je je kleding, schoenen, tassen en 1000 andere leuke dingen.
Bij de Kinai koop je de B merken kleding. Niks mis mee, maar alertheid is geboden.
Check even of alle knopen vast zitten van dat leuke vest wat je zag hangen. En niet dat je een knoop vast houdt als je denkt dat je een vest vast hebt, want die ligt ondertussen al op de grond.
En als je verwachtingspatroon niet te hoog is kun je een paar leuke schoenen erbij kopen voor één seizoen
Eventueel houden ze je gezelschap en lopen gezellig met je mee als je wat wilt uitzoeken, ahum controle.
De Angol Aruhaz is een ander verhaal. Daar koop je je 2e hands kleding of merkkleding die van het seizoen ervoor kan zijn. De naam zou vermoeden dat de kleding uit Engeland komt maar helemaal zeker ben ik daar nog steeds niet van. Je vindt er o.a. Marks & Spencer of Hennez en Maurits maar ook Peek & Kloppenburg. Zeg maar, de betere merken. Daar hebben ze wel weer een apart prijskaartje aan gedaan.
Ook verkopen ze kleding per kilo. Het is even zoeken en goed wassen als je thuis bent maar voor Huf. 1.500,00 heb je een leuke rok, top en bloes. Misschien niet de laatste mode, maar met een beetje combinatie fantasie heb je voor weinig geld een goed gevulde kledingkast en is dat niet kicken?
Snoepjes
Bij ons op het werk zijn een aantal jongens uit Nederland die stage lopen. Eén van de jongens is morgen jarig. En dan heb je het zo over de gewoontes en ongewoonte in de Nederlandse gezinnen bij verjaardagen.
Het blijkt wel dat niet alle Hongaren en dan bedoel ik die uit Boedapest, niet de naamdagen vieren maar meer gebruikelijk, de geboortedagen. Met taart, cadeautjes, visites en gewoon een bloemetje.
Tulpen, heel apart en eigenlijk wel jammer, ze zijn al open dus zo weg. Narcissen, open en niet flink in de knop, of rozen allemaal te koop. Goed het assortiment is niet zo uitgebreid als in Nederland. Maar bij het maken van een boeketje wordt er heel veel aandacht aan gegeven. En ja, de kassabon is weer ellenlang want elk dingetje wordt afgerekend.
Bij onze buren in ons dorp is het toch weer anders daar wordt wel uitgebreid naamdag gevierd. Moeders is dagen druk met bakken.
Natuurlijk heb je het ook al gauw over dat ene koekje bij de koffie. Ik moet zeggen daar ben ik inderdaad ook van afgestapt. Ik vond het inderdaad wat krenterig overkomen.
Maar ook de snoepjes kwamen ter sprake. Zo was onze a.s. jarige job, een echte zoetekauw, een zak met van die “vieze” groene wijngummetjes aan het eten. Hij had ze hier gekocht.
Al gauw ging het gesprek over de echte wijngummetjes van Redband, vooral die Smileys, heb je echt je mond vol van en kun je bijna niet kauwen, of de dropsleutels, of de Engelse drop van het Kruidvat. Ja, maar die hebben ze hier ook wel, zegt hij. Ja, op de markt inderdaad zeg ik, maar die zijn lang zo lekker niet. Of de muntdropjes, of de zoute riksdaalders, of de kokindjes… en zo waren we denkbeeldig in het snoepjes zwembad van Redband aan het zwemmen. Misschien… zegt de jarige job… misschien nemen m’n ouders die wel mee morgen! Het water liep me al in m’n mond. En jullie zijn hier pas een paar maanden, zei ik. Ja… maar die zijn pas écht lekker en zijn ogen begonnen te glimmen.
Zondag
Zaterdag had ik een cursus. Mijn “weekend” was dus wel heel kort.
Het is net licht als ik aankom in Kecskemét maar donker als we thuis komen.
Loekie is weer helemaal happy. Ze is vorige week gesteriliseerd en de hechtingen zijn er vrijdag uitgehaald. Ze kan weer omhoog springen tot bijna boven het hek. Lana die mij piepend begroet. Goed om thuis te komen.
Zondagmorgen. Fred laat de meiden uit. Ik doe de luiken open van de huiskamer. Een warme zachte bries strijkt langs mijn wang. Mmmm, heerlijk. De zon schijnt al volop. Ik loop op mijn slippers en met alleen een t-shirt aan naar buiten. Ik haal diep adem en de frisse lucht tintelt m’n huidporien. Het is niet koud en met een strak blauwe hemel kan dit een warme dag worden. Ik zie de kleine narcisjes die we in het najaar geplant hebben al volop bloeien. Wat gaat dat snel in één week tijd.
Ik maak een boterhammetje en een kopje thee voor ons klaar en we genieten samen in bed van dit zondagochtend wakker worden.
Als ik een douche heb genomen trek ik m’n joggingbroek en trui aan maar als ik buiten ben ga ik weer naar binnen om de trui om te ruilen voor een t-shirt.
We drinken koffie buiten in de zon. Maar ik heb geen rust. Ik trek Fred uit z’n stoel en met m’n koffie kop in de andere hand dwalen we samen door de tuin. Ik wil het voorjaar beleven.
De zon verwarmt m’n nog natte haren die zacht ruiken naar het ijzer water, vermengd met de zoete geur van het haarwasmiddel en de kruidige geur van het warme gras en de bomen.
Hier heeft hij opgeruimd en daar aangeharkt. Hij heeft hard gewerkt. Ik voel de zachte tere bloesem blaadjes van de abrikozenboom. De eerste boom die in bloei staat. Daarna volgen de andere fruitbomen.
’s Middags maken we samen met de meiden een boswandeling. Tekentijd. Dus oppassen geblazen.
Als we terugwandelen staat er een hertje in onze tuin te wachten op ons. Een klein aanloopje en met een sierlijk sprongetje is het over de omheining.
Bijna een jaar
Een rare dag vandaag. We zijn in de ban van de “merch” . Twee bedrijven samenvoegen en dan zo dat alles op rolletjes blijft lopen. Dat lukt natuurlijk niet. Daar kun je donder op zeggen. Het heeft de tijd nodig en dan lost alles vanzelf op. Na twee maanden weet je niet beter.
Maar nu? Bijna iedereen heeft een andere werkplek. Dat heeft al behoorlijk wat voeten in de aarde gekost. Drie gewijzigde emails later was het zover. En vandaag zijn dan de laatste van bureau, pak je computer op en wandel, gewisseld.
Vanaf maandag heb ik “nieuwe” buren. Ik heb ze wel vaker gezien maar ander contact.
Ook moeten we veel bijleren. Want we worden één bedrijf. Voor diegene die alles van ons bedrijf afwisten een behoorlijke omslag. Van alles naar niets afweten en iedereen vragen om advies. Dat zijn ze niet gewend. Ik wel.
Ik voelde me alsof ik de eerste dag was begonnen. En dat is, zo bedacht ik me, alweer bijna een jaar geleden.
Wat gaat de tijd snel en wat voelde ik me toen beroerd. Weggaan uit m’n vertrouwde omgeving. Fred en de beesten achterlaten en in de grote stad wonen. Lawaaiig. Werk wat ik niet eerder heb gedaan.
Ik heb me er doorheen gesleept. Het heeft heel veel tranen gekost. ’s Avonds en als ik in het weekend thuis was. Onmacht. Onzekerheid. Twijfels. Ben ik te oud? Kan ik dit nog wel? Voor wie moet ik me bewijzen? Voor mezelf?
Vooral ook discussies met het thuis front. Fred deed het toch anders als ik altijd deed. Ik had drie maanden proeftijd maar voor m’n gevoel hij ook. Hij deed het nooit goed. Of het was niet schoon genoeg of niet opgeruimd. Er was altijd wel wat. Onzinnig natuurlijk.
Maar ook ontstond er een saamhorigheid. We hebben ons samen hierdoor heen geslagen. Het “samen konden we de hele wereld aan” gevoel.
Tot nog toe. Want er rijzen alweer twijfels. Andere twijfels. Hoe lang gaan we hier mee door? Is dit wat we wilden toen we hiernaar toe gingen. Ik in Boedapest en een weekend relatie?
Prachtig kaartje
Even een persoonlijk onderwerp. Het salaris. En dan vooral datgene wat ik extra krijg. Ik verdien natuurlijk wel meer, maar dat terzijde. Ze mogen hier ook extraatjes geven waar je geen belasting over hoeft te betalen.
Vorig jaar had ik Huf. 17.000,00 per maand aan bonnen die je bijv. bij de Tesco kon inleveren. Dat was echt ideaal. Aan het begin van de maand zag je bij de kassa heel wat mensen er mee betalen. Het was niet praktisch want zo hadden ze bonnen van Huf. 1.000,00 en ook van Huf. 100,00 maar het stond wel interessant.
Dit jaar hebben ze een ander bedrijf ingeschakeld. En krijgen we Huf. 5.000,00 aan bonnen die alleen inleverbaar zijn bij de Coöp of de CBA. Te vergelijken met een Spar. Maar ook niet alle Coöp’s en CBA’s.
Bij mij in de straat is zo’n ouderwets kruideniertje. Als je niet oplet geven ze normaal al geen Huf. 0,10 terug. Je denkt misschien. Ach, wat is nou Huf. 0,10? Maar als ze dat bij iedereen doen…Als je nu met zo’n bonnetje van Huf. 100,00 betaald en het is Huf. 0,70 verdomt ze het om terug te betalen. En ze is de enige in de straat die ze accepteert!
Ook heeft ons bedrijf een Szép Kartya erbij als extraatje. Een behoorlijk bedrag. Zou ook bij restaurants, welness en zwembad in te leveren moeten zijn maar natuurlijk alleen de duurdere. Het is een pasje en daar zijn ze niet zo gek op.
Zaterdag zijn we Keckemét afgestruind om te kijken waar we ons extra salaris kwijt konden. Eigenlijk wilde we met het pasje betalen. Gelukkig hebben ze alles wat ze accepteren met stickers aan hun voordeur geplakt. Dat scheelt weer vragen. Zo zagen we dat het hotel in Kecskemét als enige ons Szép kartya accepteert. Mmm…daar hebben ze wel een thermaal bad. Maar bij de restaurants konden we geen sticker ontdekken.
We vonden tenslotte een pizzarestaurant. Verscholen in het centrum. Je moet naar beneden de kelder in en daar heel knus was het stampvol. Kinderen, ouderen, kortom een gezellige boel en super lekker gegeten. We hebben afgerekend met de bonnen.
Dank je wel baas!
Stoit??? Waar komt dat vandaan?
Van de week kreeg ik iemand aan de telefoon en die vond mijn naam zo apart. Hij wilde het uitzoeken waar deze vandaan kwam. Ik dacht, dat moet ik toch zelf ook kunnen.
De laatste keer was een behoorlijk aantal jaren geleden en ik zou daarvoor stad en land af moeten reizen. Maar, hoera! Er is internet! En ik ben niet de enige geweest die wilde weten waar mijn naam vandaan komt. Dus alle eer aan de mensen die al zoveel uitgezocht hebben. Het heeft mij twee avonden gekost. Ik had het in één avond kunnen doen maar ik werd afgeleid door alle leuke informatie van mijn voorouders die ik tegen kwam. Ach, zoveel eeuwen geschiedenis, daar mag je toch best wel even de tijd voor nemen.
Op deze link zie je de eerste keer de naam Stoit.
http://www.genealogieonline.nl/genealogie-muller-donker/I1191.php
Onderstaand stukje is gekopieerd uit deze link.
http://www.joswiers.nl/Siccama%20parenteel.htm
Itje Hendriks, dochter van Hendrik Lammerts en Claaske Roelfs Uilersma, ged 25-01-1750 in Oldehove, overl 20-06-1793 in Oldehove, 43 jaar oud, trouwde op 08-04-1770 in Oldehove met Klaas Hindriks, ca 25 jaar oud, geb omstreeks 1745.
Klaas Hindriks en IJtje Hindriks beide van Oldehove.
Klaas Hindriks is zelf niet gedoopt, en laat zijn vrouw Ietje Hindriks hun kinderen dopen. Hoogstwaarschijnlijk was hij dus doopsgezind. Overleden op 01 04 1796 te Oldehove. De tweede zoon wordt gedoopt als “Hindrik Steut”, terwijl de andere kinderen enkel met hun naam gedoopt worden. Sebo Abels, dé doopsgezinde deskundige, geeft als mogelijke verklaring, dat de 2e zoon vernoemd is naar de grootvader van moederskant, en dat de latere familienaam mogelijk van IJtje Hindriks haar kant afkomstig is. Steut zou afgeleid kunnen zijn van substituut.
Als je het eerste gedeelte van die link bekijkt zie je dat we (ja, ja echt waar) van de adel afstammen. Maar ja, wel aangetrouwd, dat wel.
O, ja ons kasteel is de Fraeylemaborg in Slochteren en wat vind je van onze wapenschilden?
Slotsom. De naam Stoit is dus eigenlijk een verzinsel en eigenlijk heten we dus Hendriks of Hindriks. Want onze andere broers en zussen uit ong. 1750 heten gewoon Hendriks.
Groetjes van Vera Hendriks Stoit
Een gewone terugreis
Afscheid nemen. Ik wen er niet aan. Het is druk. De jeugd heeft een extra lang weekend gehad in verband met 15 maart een nationale vrije dag.
In de hoek van de coupé zit een hondje op een kleedje. Het lijkt sprekend op Loekie maar dan een behoorlijk stuk dikker. Bij elk station gaat het kopje omhoog en staart haar overbuurman aan. Moeten we er hier uit? Maar het is niet haar baasje. Die leest gespannen een dik boek en aait haar af en toe over haar bol.
Ik pak ook m’n boek maar het is te warm in de trein. Ik doe m’n ogen dicht en laat het weekend in gedachte voor bij gaan. Te kort maar wel met 20 graden heerlijk van de zon genoten.
Vlak voor Boedapest begint de trein te sissen alsof er een dozijn luchtballonnen leeg lopen en hij mindert heel langzaam vaart. Als hij stil gaat kabbelt er een gemurmel door de trein. Mensen kijken elkaar eerst lachend en daarna verbaasd aan. Niemand weet wat hij er mee moet. Buiten is het te donker om wat te zien. Coupédeuren worden opengedaan om te kijken in de gang. Het lichtje van de conducteur waaiert langs ons raam.
Mijn overbuurman mompelt wat tegen zijn buurvrouw en leest rustig door. Misschien al eerder meegemaakt?
Het laatste vleugje lucht verwijdert zich uit de ballon en heel voorzichtig zet de trein zich weer in beweging. Met een bedaard gangetje nadert hij het station. Ik ben blij als we er zijn. Ik had al visioenen van busvervoer en veel gedoe. Als ik wil uitstappen word ik elegant geholpen door mijn conducteur. Niet alleen bij mij is hij zo behulpzaam maar alle passagiers mogen van zijn service gebruik maken.
Ik loop met een glimlach richting tram, die, zoals gewoonlijk net voor m’n neus wegrijdt. Maar niet getreurd met een paar minuutjes staat de volgende er alweer.
Over de Donau gaat de nachtelijke rit. En elke keer geniet ik van de lampjes die branden in de gebouwen en op de bruggen over de Donau. Een flonkering van gekleurde sterretjes glinsteren in het water.
Als ik langs de oude thermaal bron loop die de naam eigenlijk niet meer mag hebben, want er ligt nog maar een heel dun laagje water in, hoor ik een luid gekwaak van kikkers.
Het is als thuis komen. Een nieuwe week is aangebroken.
Alle begin is moeilijk
Afscheid nemen.. treinreis… Dat lopen naar m’n appartement viel vies tegen. Donker, koud, regen, ongelijke straten en over iedere stap nadenken waar je hem gaat plaatsen.
Wat zal ik vinden in m’n appartement?
Wat ben ik soms onnozel in die dingen. Ik denk dat zit in de koelkast, kan niks mee gebeuren. M’n kaas beschimmeld en m’n jam. De eieren heb ik maar weggegooid. Ik snap nu wel waarom die Hongaarse kaas niet kan blijven liggen. Totaal zwart geworden. Wat zou daar voor vuiligheid in zitten? Nederlandse kaas zou oud worden en juist lekkerder smaken. Ik heb het maar niet eens geprobeerd…
M’n afvoerputje stonk een uur in de wind, maar daar hebben we mijnheer bleekmiddel voor. Dus dat probleem was snel opgelost. M’n bed verschoont en m’n wekker gezet. Het gewone leven begint weer.
Lopen naar m’n werk leverde me een dikke warme knie op. Ach, had ik gelijk iets om aan te tonen dat het nog niet helemaal beter was.
Wat heb ik er tegen op gezien. Je zou toch denken dat je na vier weken wel een beetje uit de roulatie bent. Maar niets is minder waar. Even wat problemen met inloggen maar dat kwam omdat iemand anders op m’n plek had gezeten. Die zat er heerlijk zei ze en ze vroeg of ik niet wilde verhuizen. Een andere plek waar de wind om je oren blaast, lekker rustig. Nee, dank je een stijve nek heb ik er niet voor over. Ik blijf niet in de ziektewet.
Maar ook “wat leuk dat je weer terug bent en we hebben je gemist en al die andere lieve zinnetjes”. Het was als een warm bad.
En daar gaan we weer. Ik werd al snel in de wereld van de ICT gezogen want niet alle users waren blij met mijn komst. Dat kan sneller en beter. En zelfs m’n Engels was naar m’n knie gezakt. Hellup!!
Ik heb het gered. M’n eerste werkdag in het nieuwe jaar is weer voorbij. Hoeveel zullen er nog volgen in goede en slechte gezondheid. Even afkloppen.
Mediastilte
Nee, niks om jullie zorgen over te maken. We hadden het druk met andere dingen en dan ontbreekt je gewoon de rust, de concentratie, de inspiratie en de tijd. Tuurlijk hoor ik jullie al denken. Prioriteiten stellen. En uiteraard hebben jullie daar gelijk in. Maar wil ik iedereen wel alles vertellen?
Ok, Fred klaagde over moeheid in zijn hoofd. Is ook niet zo gek als je alles tegelijk wilt doen en dan ook nog 100%. Gaat alweer goed hoor nu, gelukkig.
En ik? Ik had het geluk (of ongeluk hoe je het wilt bekijken) dat ik op een zondag verkeerd uit de trein stap en plat op m’n knie val. Zo stom. Ik moest erom lachen. Die mensen dachten waarschijnlijk dat ik gek was geworden. Ik vond het nogal komisch. Nu niet meer.
In eerste instantie geen last. Goed gekoeld. Twee weken erna leun ik erop. Au! Nee, toch nog niet over. Een paar dagen daarna verdraai ik m’n knie als ik uit bed wil stappen. En ja toen was het feest.
Foto gemaakt. Niet gebroken. Ik kon naar huis vertrekken en daar zat ik met m’n poot omhoog. Gezellige kerst en oud en Nieuwjaar. Leuk voor Fred dat dan weer wel.
Ziekenhuis bezoeken. En daar begonnen ze met het strooien der recepten. Elke dokter geeft me weer een ander (lees beter in zijn ogen) recept.
Zo heb ik nu twee verschillende NSAID tabletten en nog 3 recepten liggen voor andere. Een flinke pot zalf en ook daar weer een nieuw ander recept voor.
Met het innemen van de tabletten ben ik snel gestopt. Wanneer ik ’s nachts uit bed stapte dacht ik dat de kast de kamerdeur was. Nee, niet leuk.
En dus heb ik nu alle tijd om bijv. Dr. Phil te kijken. Daar vertelt een meisje dat ze 300 sms’jes per dag verstuurt naar een vriendje. Iedereen verklaart haar voor gek, ook omdat vriendje de verkering steeds uitmaakt. Echt leuk. Er gaat een wereld voor me open.
Nee, het waren eigenlijk maar saaie maanden de laatste van 2011.
Andere mensen maken pas echt leuke dingen mee!
Moringa, de magische boom
Wij hebben in Hongarije een paar belangrijke bomen die gekweekt worden voor verschillende doeleinden. De acaciaboom waarvan het hout zeer goed in de kachel brandt en de populier. Van de laatste wordt het hout in de fabriek verwerkt tot pallets.
Het 1e jaar wordt er een proefveld aangelegd. Slaan ze goed aan dan voor minimaal 3 hectare. Af en toe wat jonge scheuten wegzagen en opruimen na een storm. Maar verder heb je er weinig onderhoud aan.
Nadeel van de acaciaboom is dat hij in het voorjaar witte pluizen geeft, althans de vrouwelijke soort, waar je behoorlijk last van kan hebben als je allergisch bent. Verder staan ze saai in het gelid te wachten om na 10 jaar te worden omgezaagd. Een kale vlakte met wortel stronken achter latend. En de eigenaar een dikke portemonnee.
Een ander verhaal is de Moringaboom. Biochemici noemen de Moringaboom de eiwitrijkste plant die ooit ontdekt is.
De verse moringabladeren bevatten per gram vier keer zoveel calcium als melk, zeven keer zoveel vitamine C als sinaasappels, drie keer zoveel kalium als bananen, drie maal zoveel ijzer als spinazie, vier maal zoveel (pro-)vitamine A als worteltjes en evenveel eiwit als in eieren.
De boom is gemakkelijk te kweken en gedijt goed in droge gebieden. In het eerste jaar kan hij al een hoogte van 3 meter bereiken. De bladeren en vruchten zijn gelijk te gebruiken. Hij kan tot wel 12 meter hoog worden.
De zaden van de Moringa worden gebruikt bij het zuiveren van water, wegens het hoge ijzergehalte voorgeschreven bij bloedarmoede en door het hoge gehalte aan caroteen kunnen ze oogziektes voorkomen.
Van het hout van de Moringa wordt papier gemaakt en van de schors touw.
De olie die gemaakt wordt van de Moringa zaden wordt verwerkt tot smeerolie en lampenolie.
Komen wij aan met onze twee soorten bomen. Alleen hout hebben we ervan. Zeker belangrijk voor ons.
Maar met zo’n boom kun je meer doen. De derde wereld helpen bijvoorbeeld.
Wil je hier meer over weten ga dan naar hun website:
http://www.miracletrees.org/
Geen woorden maar zaden. Misschien toch es bestellen. Hoeven we geen boodschappen meer te doen…lekker zo’n blaadje.